© V8 Architects
Het belang van taalonderwijs

Taalvaardig naar school

Veel kinderen leren thuis een andere taal dan Nederlands. Op de basisschool wordt er opeens van hen verwacht dat zij Nederlands spreken en begrijpen. Hoe kunnen kinderen uit allerlei rangen en standen zo goed mogelijk voorbereid worden op deze stap? In deze bijeenkomst buigen verschillende experts zich over deze kwestie.

Leden van onderzoeksproject Meertaligheid in Dagopvang (MIND) (Universiteit van Amsterdam) vertellen over meertalige kinderen en meertalig taalaanbod op de kinderopvang. Leden van onderzoeksproject EVENING (Universiteit Utrecht) doen verslag van onderzoek naar manieren om kansengelijkheid in voor- en vroegschoolse educatie te vergroten. Eke Krijnen (onderwijskundige en schrijver), Frieda Both (Gemeente Zaanstad) en onderzoekers van MIND en EVENING gaan onder leiding van Folkert Kuiken (Universiteit van Amsterdam) met elkaar in gesprek over hoe ervoor te zorgen dat meertalige kinderen taalvaardig naar school kunnen.

Over de sprekers

Eke Krijnen is neerlandica en onderwijskundige. Na haar studie Nederlands gaf zij enkele jaren les aan volwassen leerders van het Nederlands. Ze promoveerde in 2021 op een proefschrift over de samenwerking tussen ouder en school in het stimuleren van de taalontwikkeling van jonge kinderen. Daarna was ze als senior onderzoeker verbonden aan het Kohnstamm Instituut. Nu werkt ze als zelfstandig onderwijskundige. Ook schrijft ze over onderwijs en ouderschap voor diverse media en werkt ze aan haar eerste boek.

Frieda Both heeft Moderne Geschiedenis gestudeerd, waarna haar werkzame leven in Latijns Amerika begon. Hier heeft ze in verschillende landen met NGO’s heeft gewerkt aan rurale ontwikkeling (irrigatie, aardappelteelt, maar ook gezondheid en rechten van vrouwen). Haar kinderen zijn daar geboren en deels opgegroeid. Tweetaligheid was een realiteit in hun gezin, zonder dat ze nou erg goed wisten hoe je daar het beste mee om kon gaan. Terug in Nederland is ze al gauw bij de gemeente Zaanstad gaan werken waar destijds jeugdbeleid een mini aangelegenheid was. Dat is nu anders. Wat haar drijft is: hoe kunnen we het beter doen voor kinderen die door omstandigheden op achterstand aan de start staan. Ze heeft van anderen geleerd hoe belangrijk ‘taal’ daarbij is. Daar zijn ze in Zaanstad nu erg mee bezig, om meertaligheid niet als ‘factor van achterstand’, maar als een kracht te zien.

Ora Oudgenoeg-Paz is universitair docent aan de Universiteit Utrecht bij de afdeling Pedagogiek in Diverse Samenlevingen. Haar onderzoek richt zich op de vroege ontwikkeling van taal, motoriek en cognitie met een speciale interesse in de rol van de omgeving en in ontwikkeling van kinderen uit een lager sociaaleconomisch milieu. Sinds haar promotie over de link tussen motorische en taalontwikkeling is ze betrokken bij diverse onderzoeken rondom de kwaliteit van stimulatie en (meertalig) taalaanbod thuis en op de voorschoolse educatie. Ze is momenteel onder andere betrokken bij de onderzoeken EVENING en Peuter Intake.

Ryanne Francot is onderzoeker en docent binnen de afdeling Pedagogiek in Diverse Samenlevingen van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op meertalige thuisomgevingen, diversiteit en inclusie in het onderwijs (VVE en primair onderwijs) en partnerschappen met ouders. Momenteel is ze betrokken bij het EVENING project, een landelijk onderzoek naar de effecten van de extra middelen binnen de kinder- en peuteropvang op de jonge kindontwikkeling en kwaliteit van VVE. Daarnaast is ze co-projectleider van het Peuterintake project, een project in samenwerking met Gemeente Rotterdam en voorschoolse organisatie Peuter en Co. Hiervoor was ze betrokken bij het Europese Horizon2020 ISOTIS project, waarin gekeken werd naar het bevorderen van inclusie en gelijkheid voor kwetsbare groepen in Europa door middel van effectief beleid en praktijk.

Darlene Keydeniers is momenteel werkzaam als promovenda binnen Project MIND aan de Universiteit van Amsterdam. In haar onderzoek bekijkt ze hoe het taalaanbod eruit ziet op kinderdagverblijven waar naast het Nederlands ook Engels wordt gesproken, door gesprekken te analyseren tussen pedagogisch medewerkers en kinderen. Daarnaast onderzoekt ze hoe blootstelling aan de Engelse taal de taalontwikkeling van het Nederlands in het jonge kind beïnvloedt.

Anne-Mieke Thieme is taalwetenschapper. Zij promoveert aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar meertaligheid bij jonge kinderen op de kinderopvang. Ze was betrokken bij Project MIND, een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de effecten van meertalige dagopvang. Sinds dit jaar is ze een van de Faces of Science en gaat ze bloggen over wetenschap voor NEMO en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Folkert Kuiken is emeritus hoogleraar Nederlands als tweede taal en meertaligheid en wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT). Hij was de afgelopen jaren onder meer betrokken bij de evaluatie van de Kansenaanpak PO van de gemeente Amsterdam en supervisor van het door het Ministerie van SZW gefinancierde project Meertaligheid in Dagopvang (MIND).

Josje Verhagen is universitair hoofddocent bij Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze doet onderzoek naar meertaligheid, met name bij jonge kinderen. Ze was een aantal jaar geleden betrokken bij een grootschalig cohortonderzoek naar de effecten van VVE op de cognitieve en talige ontwikkeling van jonge kinderen (pre-COOL) en meer recent bij een onderzoeksproject naar de effecten van tweetalig (Nederlands-Engels) aanbod in de kinderopvang op de taalontwikkeling van peuters (MIND).

Over deze programmareeks
Gerelateerde programma’s
23 05 22
Het bestrijden van desinformatie in het Nederlandse nieuws
Van fact-checking tot argument-checking

Nieuwsverslaggeving lijkt steeds meer op een vorm van oorlog: feiten worden gepareerd met ‘alternatieve feiten’, fake news bestookt voortdurend de mainstream media, en men spreekt zelfs van ‘informatieoorlog’ of ‘informatieterreur’. Kunnen we aan de taal van journalisten en mediaorganisaties nog aflezen of het klopt wat ze zeggen, of is dat onmogelijk geworden? En wat kunnen we doen om de situatie te verbeteren? Vier experts op het gebied van het bestrijden van desinformatie gaan hierover met elkaar in gesprek.

Datum
Maandag 23 mei 2022 17:00 – 18:30
Locatie
SPUI25
14 06 22
Het Amsterdamse toneel en de Nederlandse podiumkunst
Voor het voetlicht

De coronacrisis heeft de Nederlandse theaterwereld hard geraakt. Tegelijkertijd werd juist in de lockdownperiodes duidelijk hoe belangrijk culturele activiteiten zijn voor de veerkracht van de samenleving: het theater is een uitlaatklep, een sociaal knooppunt, een publiek forum en de kraamkamer van de publieke verbeelding – allemaal tegelijkertijd. Wie niet speelt of nu en dan van rol verwisselt, verstart onherroepelijk. Hoe komen de podiumkunsten tevoorschijn uit de coronacrisis? Welke gevaren zijn aan het licht gekomen – en welke nieuwe kansen doen zich voor? Drie experts gaan met elkaar in gesprek.

Datum
Dinsdag 14 jun 2022 17:00 – 18:30
Locatie
SPUI25
09 05 22
Het belang van taalonderwijs
Taalvaardig naar school

Veel kinderen leren thuis een andere taal dan Nederlands. Op de basisschool wordt er opeens van hen verwacht dat zij Nederlands spreken en begrijpen. Hoe kunnen kinderen uit allerlei rangen en standen zo goed mogelijk voorbereid worden op deze stap? In deze bijeenkomst buigen verschillende experts zich over deze kwestie.

Datum
Maandag 9 mei 2022 17:00 – 18:30
Locatie
SPUI25