Tucson, Arizona, waar ik woon, ligt midden in de Sonorawoestijn. In mijn tuin groeien cactussen en ook het natuurlijke landschap hier is bespikkeld met saguaro’s, de grote, antropomorfe cactussen met hoekige armen, waartussen bijvoorbeeld de coyote de roadrunner achtervolgt in de gelijknamige tekenfilm. Om bomen te vinden in het zuiden van Arizona moet je hogerop, de bergen in.

Als dendrochronoloog werk ik bijna dagelijks met bomen. Ik bestudeer hun jaarlijkse ringen om het verleden van het klimaat, van bossen, en van de mensheid te onderzoeken. Niet alleen het labwerk brengt me tot rust; het zoeken naar patronen door een microscoop, het volgen van het ritme van de jaarringen. Ook het veldwerk geeft me stilte in mijn hoofd. Bossen brengen mij met mijn voeten op de grond en doen me keer op keer beseffen dat ik als mens en als onderzoeker slechts een radertje ben in het geheel van ons aardsysteem.

Covid maakt het moeilijker om breinstilte te vinden. De pandemie brengt een continue achtergrondstress voor het ongewisse, voor de drastische veranderingen die ons te wachten staan, zonder te weten wat die veranderingen zullen zijn. Maar om eerlijk te zijn, ben ik als klimaatwetenschapper wel gewend aan zo’n nooit aflatende onderstroom van spanning. Als vrouw, immigrant én klimaatwetenschapper in het land van Trump werd ik vier jaar lang dagelijks geconfronteerd die stress en moest ik iedere dag moeite doen om bewust stilte te creëren in mijn hoofd.

In de herfst van 2020 bereikte die achtergrondstress een hoogtepunt, of eerder een dieptepunt. Buurstaat California stond zo hevig in brand dat de rookpluimen ons duizend kilometer verder in Tucson de adem benamen. Ik werd als expert in de media gevraagd om over de bosbranden te praten en ter voorbereiding groef ik dieper en dieper in de uitzichtloosheid van die situatie, in onze onmacht om haar aan te pakken. Door covid was bovendien de universiteit waar ik werk al een half jaar potdicht. Alleen thuis, alleen met mijn gedachten was het moeilijk om de ruis van de buitenwereld uit mijn hoofd te houden.

En toen kwam de dag van de presidentsverkiezingen, de ultieme stoorzender. In de nacht van vier op vijf november zouden we te weten komen of we nog vier jaar verder moesten onder een destructief regime, of dat er met een nieuwe president wat stilte over het land zou terugkeren. Met het trauma van de verkiezingsnacht van 2016 in mijn achterhoofd – we waren toen vol vertrouwen de nacht ingegaan, om al gauw uit ellende de whiskyfles te openen – besloot ik dit jaar te vluchten. Ik besloot te gaan kamperen in de bossen op Mount Lemmon, de berg die met zijn bijna 2800 meter boven Tucson uittorent en waar je geen ontvangst hebt.

Ik pakte in de namiddag mijn kampeerboeltje bij elkaar, pikte onderweg een afhaalpizza op en reed de berg op. Ik bereikte de radiovrije zone rond een uur of vijf, net op het moment dat de eerste uitslagen binnenliepen. Om zes uur werd het donker, tegen acht uur berekoud, en om negen uur lag ik in mijn tent te slapen. Zonder mobiel en omringd door bomen was ik erin geslaagd om tenminste voor één nacht stilte te vinden. Niet alleen in mijn omgeving – op een paar voormalige hippies in een Volkswagenbusje na was de camping verlaten – maar ook in mijn hoofd.

’s Ochtends voerden mijn drang om die rust nog even te bewaren en mijn nieuwsgierigheid een gevecht, maar kwamen uiteindelijk tot een compromis. Na een stevige wandeling in de bossen, reed ik de berg af en de stad weer in, waar ik me liet leiden door mijn omgeving. Ik zag geen toeterende auto’s met Trump-vlaggen, dat was alvast een goed teken. Toen ik thuiskwam en mijn laptop openklapte werd duidelijk dat er nog helemaal niks duidelijk was. Het zou nog vier lange dagen zonder een gram aan stilte in mijn hoofd duren eer het verlossende woord kwam. We hadden een nieuwe president.

Natuurlijk laten bullenbakse stoorzenders zoals Trump hun greep op je brein niet zomaar los. Nog maandenlang deed de voormalige president moeite om alle aandacht bij hem te houden. Maar zodra de verkiezingsuitslag definitief was, hervond ik een stilte in mijn hoofd die al vier jaar zoek was. Hoewel het land nog in rep en roer was, slaagde ik er voor het eerst in alvast één ruiszender buiten te houden.

Gerelateerde artikelen